
Jurisprudentie
AR7547
Datum uitspraak2004-12-15
Datum gepubliceerd2004-12-15
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200407015/1
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-12-15
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200407015/1
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bij uitspraak van 28 juli 2004, in zaak no. 200400813/1, heeft de Afdeling het beroep van verzoeker tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân, kenmerk 04011210.t, van 12 januari 2004, ongegrond verklaard.
Uitspraak
200407015/1.
Datum uitspraak: 15 december 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht) van de uitspraak van de Afdeling van 28 juli 2004, in zaak no. 200400813/1.
1. Procesverloop
Bij uitspraak van 28 juli 2004, in zaak no. 200400813/1, heeft de Afdeling het beroep van verzoeker tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân, kenmerk 04011210.t, van 12 januari 2004, ongegrond verklaard.
Bij brief van 14 augustus 2004 heeft verzoeker de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 december 2004, waar verzoeker in persoon is verschenen.
Voorts is het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân, vertegenwoordigd door J.P. Huisman, ambtenaar van de gemeente, daar gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2. Verzoeker heeft in het verzoekschrift aangegeven waarom hij het niet eens is met de hiervoor genoemde uitspraak. Hij heeft betoogd dat in die uitspraak zijn weerwoord op de stellingen van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân ten onrechte niet is opgenomen. Verder was geen vertegenwoordiger van het college aanwezig bij het voorlezen van zijn pleitnota, aldus verzoeker. Hij stelt voorts overlast te ondervinden van het manoeuvreren van vaartuigen die de inrichting in- en uitvaren. Hij heeft hiertoe betoogd dat het manoeuvreren volgens hem in de meeste gevallen voor zijn perceel, buiten de grens van de inrichting, gebeurt. Verwijdering van de meest westelijk gelegen steiger aan de zuidzijde van de haven is zijns inziens nodig om meer ruimte te creëren voor het manoeuvreren, om te voorkomen dat de oever van zijn perceel verder afkalft en om zijn privacy te beschermen. Volgens verzoeker biedt toepassing van artikel 8.23 van de Wet milieubeheer redelijkerwijs geen oplossing. Verder betoogt verzoeker dat het verwijderen van de steiger ten koste gaat van slechts één ligplaats.
2.3. De Afdeling overweegt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe strekt de bij een uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd, in het ongelijk gestelde partij de gelegenheid te bieden de discussie te heropenen. In hetgeen verzoeker in de onderhavige herzieningsprocedure naar voren heeft gebracht zijn geen nader gebleken feiten of omstandigheden begrepen, als bedoeld in voormeld artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.4. Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.M. van Angeren, Voorzitter, en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens en drs. H. Borstlap, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Heijstek-van Leussen, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Angeren w.g. Heijstek-van Leussen
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2004
353.

